MENUZOEKEN
Bekijk onze foto's

Missie en visie

Missie

De school heeft tot doel de leerlingen op te voeden en te onderwijzen vanuit en overeenkomstig Gods Woord en de daarop gegronde Drie Formulieren van Enigheid.

Het doel van onze school verwoorden wij naar een omschrijving van Dr. J. Waterink als volgt:

De door God geschapen kinderen op te voeden en te onderwijzen, in afhankelijkheid van de zegen des Heeren, tot een zelfstandige, God naar Zijn Woord dienende persoonlijkheid, geschikt en bereid om al de gaven, die hij/zij van zijn/haar Schepper ontving, te besteden tot Zijn eer en tot heil van het schepsel, in alle levensverbanden waarin God hem/haar plaatst.

Vanuit het bovenstaande doel zien wij de volgende opdracht voor de school:

Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis zijns wegs. (Spr. 22 : 6)

Onderwijskundig gezien heeft de school het doel de leerlingen zodanig op te leiden dat ze in het vervolgonderwijs hun leerweg kunnen vervolgen.

We willen dit concretiseren door de volgende slogan als richting voor ogen te houden:
​Een echt christelijke leergemeenschap in de gemeenschap.

Visie

Algemeen

Het unieke van iedere leerling vraagt van ons dat we zoveel als mogelijk is aansluiten bij de ontwikkeling en de belevingswereld van de leerling. Dat vraagt onder andere een goede kennis van het kind, maar ook een verscheidenheid in aanpak, waarbij we onder andere uitgaan van de ontwikkeling van hoofd, hart en handen.

Daarnaast is het voor leerlingen van belang dat er eenheid en eenduidigheid is wat betreft de regels en routines op school. Dat bevordert voor de meeste leerlingen een veilig schoolklimaat. Het geeft orde en rust, die nodig is voor een goed leer-en leefklimaat. De leerkracht heeft hier een belangrijke rol; Hij of zij zal gericht zijn op een relatiegericht schoolklimaat. Deze gerichtheid is zowel naar de kinderen van belang als naar de ouders en andere externe relaties.

De medewerkers van onze school staan voor een open en transparante communicatie.
Het leerstofjaarklassensysteem geeft in onze school nog steeds zijn meerwaarde, waarbij we beseffen dat het tegemoetkomen aan de verscheidenheid van de leerlingen noodzakelijk is. Dat betekent dat we ons onderwijs adaptief inrichten en streven naar Passend Onderwijs voor de kinderen die op onze school worden aangemeld. Voor de leerkrachten zijn klassenmanagement, effectieve instructie en zelfstandig werken zaken die van essentieel belang zijn.
Passend Onderwijs brengt ons bij het Handelingsgericht en Opbrengstgericht werken. Beide hebben in het planmatig en beredeneerd werken door de leerkrachten een plaats. De leerkrachten zullen in hun onderwijskundig

handelen uitgaan van het handelingsgerichte en het opbrengstgerichte. Belangrijk hulpmiddel daarbij is het leerlingvolgsysteem Parnassys.
Parnassys is een ICT-mogelijkheid die de leerkrachten ondersteunt in hun werk. De leerlingen maken ook gebruik van de ICT-mogelijkheden die er zijn.  Voorwaarde is wel dat de mogelijkheden onderwijs-ondersteunend zijn.
Daarnaast streven wij er ook naar dat ze integraal onderdeel zijn van het

onderwijsaanbod.
Kwaliteitszorg komt op verschillende manieren tot uiting in onze school. Als het gaat om beter onderwijs en betere resultaten is samenwerking tussen collega’s van groot belang. Dat geldt ook voor de schoolontwikkeling en de persoonlijke professionele ontwikkeling. Daarnaast is er aandacht voor de kwaliteiten van de individuele medewerkers. Op school streven we naar een optimale inzet van deze kwaliteiten. Verder zorgen we door middel van interne en externe evaluaties voor regelmatige aandacht voor de kwaliteit van ons onderwijs.

Opvattingen over leren

Bij de vorming en ontwikkeling van het kind zijn de keuze voor inhoud en de inrichting van de leersituaties van cruciaal belang. Het leren op onze school is niet alleen het overdragen van theoretische kennis, maar vraagt om een bredere vorming van de leerling. Het is dan ook van belang dat de leerkracht voor uitnodigende en/of uitdagende leersituaties zorgt, waarbij ontmoetingen kunnen plaatsvinden tussen leerlingen onderling en tussen leerkracht en leerling. Deze leersituaties moeten aansluiten bij de ontwikkeling en het niveau van de leerling. 

Andere opvattingen die van belang zijn voor de inrichting van ons onderwijs:

  • “Niet het vele is goed, maar het goede is veel”. Deze uitspraak dwingt de leerkracht tot keuzes maken en voorkomt oppervlakkigheid in het aanbod.Onderwerpen kunnen meerdere dimensies hebben. De leerkracht zal als gids deze dimensies voor de leerling moeten ontsluiten en daardoor ook een meer integrale aanpak kiezen.
  • “Leren in samenhang”: De leersituaties moeten zodanig worden ingericht zodat de leerling de verbanden gaat zien tussen de aangeboden leerstof en nut/noodzaak voor het leven.
  • Leren wordt positief gestimuleerd door een positief pedagogisch leer-en leefklimaat. Het creëren van een dusdanig klimaat is een eerste verantwoordelijkheid van de leerkracht.
  • Het is ook van groot belang dat leerlingen leren samenwerken. Vormen van samenwerkend leren worden door de leerkracht gebruikt om de leerstof aan te bieden, te oefenen en te verwerken.
  • Leren wordt mede bevorderd door een goede samenwerking tussen school, ouders en kind.
Pedagogische dimensie
Het doel van opvoeding en onderwijs is dat kinderen wandelen in de vreze des Heeren. Dan is er sprake van Bijbelse volwassenheid. Het gezin zien we als eerste en natuurlijk opvoedingsmilieu. Daarnaast geeft de kerk voornamelijk leiding in het geestelijke van de christelijke opvoeding door de ouders. De school dient, ondanks de eigen taak, rekening te houden met de eerste twee opvoedingsmilieus. Een goede samenwerking tussen deze drie opvoedingsmilieus is van groot belang. Onderwijs geven zonder opvoeding is niet mogelijk. Hierbij denken we aan de begeleiding van de leerling tot zelfstandige, God dienende persoonlijkheid. De leerkracht is een identificatiefiguur. Hij vertegenwoordigt een geheel aan Bijbelse normen en waarden. Hij is voor de leerlingen tevens een gids, die hen inleidt in de betekenis van de dingen om hen heen.
Om kinderen tot een goede ontwikkeling te laten komen is een veilig schoolklimaat nodig. Het betreft zowel de fysieke veiligheid als de psychische en sociaal-emotionele veiligheid. De leerkracht creëert in zijn groep een zodanig klimaat dat de leerlingen zich er goed bij voelen. De sfeer is open en eerlijk, en leerkrachten hebben daarin een voorbeeldfunctie. In de groep is er gelegenheid om ervaringen en gevoelens uit te wisselen; we leven met elkaar mee.
De leerkracht bouwt aan een relatie met zijn leerlingen. Hij weet wat er speelt in zijn groep en onder zijn leerlingen.
Ook is hij op de hoogte van de thuissituatie van de leerlingen. Van groot belang daarbij zijn de oudercontacten.
Daarnaast is hij iemand waar leerlingen altijd op terug kunnen vallen. Hij straalt een uitnodigende houding uit. Respect voor elkaar hebben, zowel in als buiten de groep, is een belangrijk pedagogisch gegeven. Dit vraagt zowel van de leerkracht als van de leerlingen een positieve houding ten opzichte van elkaar. Ook het respecteren van de gevoelens van de ander hoort daar zeker bij. 
Belonen en straffen zijn twee aspecten van opvoeding en onderwijs die in een
goede verhouding met elkaar moeten staan. Het waarderen van het gedrag en het werk van de leerling is een belangrijk instrument van de leerkracht. Daarnaast kan het nodig zijn om te straffen. Dit dient consequent, rechtvaardig en doeltreffend te gebeuren.
De sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling is minstens zo belangrijk als de cognitieve ontwikkeling. De leerkracht dient zicht te hebben op dit ontwikkelingsaspect van het kind. Om dit te ondersteunen werken we met het
pedagogisch leerlingvolgsysteem “ZIEN!”en de “leerlijnen Jonge Kind”.
De resultaten van de observaties en de vragenlijsten worden door de leerkracht zowel met de Intern Begeleider als met de ouders besproken. Daaruit formuleert de leerkracht actiepunten voor zijn onderwijs en handelen in de groep.
Om het werken aan de sociaal-emotionele ontwikkeling te ondersteunen werken we met de methode “Kinderen en hun sociale talenten”. Deze methode bespreekt en oefent aspecten van de sociaal-emotionele ontwikkeling.
Als een leerkracht gedragsproblemen in de groep signaleert, zal hij dit met de Intern Begeleider en de ouders delen. Samen bespreken zij wat een mogelijke oorzaak kan zijn voor dit gedrag. Mocht meer informatie nodig zijn dan kan
een observatie uitgevoerd worden. Indien nodig kan de Intern Begeleider ook externe hulp inschakelen. Belangrijk is dat de veiligheid van leerlingen en leerkrachten door de gedragsproblemen van leerlingen niet in het geding komt.
Gezien de steeds groter wordende problematiek rondom gedragsproblemen is nascholing op dit gebied nodig en wordt opnieuw gewerkt aan het aanstellen van een gedragsspecialist binnen het team.

Didactische dimensie
Op onze school gebruiken we de leerlijnen die vanuit de methodes en de kerndoelen worden aangegeven. De borging van de leerlijnen ligt daarin dat de leerkracht de methode op de juiste wijze hanteert. Het is ook van belang dat de
leerkracht kennis heeft van de leerstof die voorafging en die erop volgt. De leerkrachten zorgen dat ze de afspraken met betrekking tot het gebruik van een methode weten en houden (borging). Door differentiatie komen we tegemoet aan de behoeften van de leerling waarbij we de leerlijn behouden. Voor de leerlingen die in groep 7 en 8 zitten hebben we jaarlijks een gesprek met de ouders en de leerlingen, waarbij we de huidige resultaten en de verwachte resultaten aan het eind van het schooljaar bespreken. Dat kan een bijstelling van de leerlijn inhouden; het zogenaamde ontwikkelingsperspectief.
Methodes en onderwijsleerpakketten hebben een belangrijke plaats in ons onderwijs. Zij geven richting aan het onderwijs in een bepaalde groep. Voordat we met een methode gaan werken volgt een nauwkeurig keuzetraject.
In de groepen 0 –2 gebruiken we onderwijsleerpakketten als bronnen-en/of ideeënboeken. De doelen en observaties van “Leerlijnen Jonge Kind” zijn leidraad voor het handelen van de leerkracht. De observaties zijn mede basis voor de invulling van de thema’s die aan de orde komen. Het creëren van een (taal-)rijke leeromgeving geeft kleuters kansen tot betere ontwikkeling.
In de groepen 3 –8 worden methodes gevolgd als basis voor het onderwijs.Het is van groot belang dat de leerkracht kennis heeft van de methodes; zowel inhoudelijk als wat de didactische opvattingen betreft. Doordat we in gezamenlijkheid tot een keuze zijn gekomen, volgt de leerkracht deze opvattingen in zijn onderwijs. Bij de keuze van een nieuwe methode zijn o.a. de volgende criteria van belang: inhoud versus identiteit, leerstofjaarklassensysteem versus differentiatie binnen de groep, variatie in aanbiedings-en werkvormen en uitbreidingsmogelijkheden voor aangepaste leerroutes. Verschillende methodes zijn verouderd of niet meer up-to-date.
De directie zal bij de opstelling van de (meerjaren-)begroting rekening houden met de vervanging. Voor de zaakvakken werken we toe naar de ‘rijke en uitdagende leeromgeving’. Integratie van de verschillende zaakvakken in
thematisch onderwijs staat ons daarbij voor ogen.
De instructiestijl(-en) Binnen ons onderwijs gaan we uit van instructie volgens het model van directe of effectieve instructie (D.I.) en verlengde instructie. De leerkracht gebruikt zo vaak als nodig is deze vorm. Leerlingen die al aan het werk kunnen worden ook aan het werk gezet. Daarna volgt een krachtige instructie voor de andere leerlingen. Voor deze instructie wordt de opzet van het model ‘D.I.’ gevolgd. Deze instructie is qua tijd ‘beperkt’. Na een check of de meeste leerlingen aan het werk kunnen volgt het zelfstandig werken. Dit wordt aangegeven door middel van het stoplichtmodel. De leerkracht zal dan tijd plannen om de verlengde instructie te geven aan de zorgleerlingen in zijn
groep. Dit gebeurt aan de instructietafel of een ingerichte instructiewerkplek. De leerkracht gebruikt het zelfstandig-werkmoment ook om de plus-leerlingen de nodige instructie te geven. Ook dat gebeurt op die werkplek.
Het aansluiten bij de leefwereld van het kind is belangrijk omdat daardoor de betrokkenheid wordt vergroot; het werken vanuit een context moet dan ook bevorderd worden.
Voor de verwerking van de aangeboden leerstof is het voor kinderen van belang om, vanuit de gedachte van meervoudige intelligenties, op een gevarieerde manier te werken. Het is de leerkracht die, mede naar aanleiding van de leerstof, de werkvorm kiest die naar zijn opvattingen de beste overdracht van de leerstof geeft. Eentonigheid in werkvormen is niet gewenst.
Coöperatieve werkvormen bevorderen het samenwerkend leren. In alle groepen worden enkele werkvormen gebruikt. Uitbreiding van de werkvormen en de doorgaande lijn bepalen is nodig. Het van elkaar leren versterkt de professionele houding en cultuur en wordt door het management gestimuleerd.
Het gebruiken van ICT en audiovisuele middelen kan het onderwijs krachtig ondersteunen. En integrale aanpak en inzet is dan wel nodig. Ook in dezen zal de leerkracht steeds weer op een beredeneerde wijze moeten handelen.

Organisatorische dimensie
Het onderwijs op onze school wordt ondersteund worden door een goed functionerend Schooladministratie-en Volgsysteem (Parnassys). De informatie kan de leerkrachten ondersteunen bij het plannen van de zorg en het extra
lesaanbod. Ook geeft deze informatie de leerkracht input voor de groepsplannen in het kader van het handelingsgericht werken. De toetsresultaten geven de leerkracht inzicht om opbrengstgericht te werken. De ontwikkeling van de leerkracht is van essentieel belang voor de kwaliteit van het onderwijs. Zowel voor de persoonlijke professionele ontwikkeling als voor de schoolontwikkeling wordt een optimale inzet gevraagd. Uitgangspunt is dat de professionele ontwikkeling en de schoolontwikkeling elkaar kunnen en moeten versterken.
De school hecht waarde aan het leerstofjaarklassensysteem. Eén van de voordelen is dat er een goede relatievorming mogelijk is tussen
leerkracht en leerling. Daarnaast kunnen er ook momenten van groepsdoorbrekend (niveau-)onderwijs zijn om tegemoet te komen aan de ontwikkeling van het individuele kind.
De school hecht veel waarde aan de contacten met ouders. De betrokkenheid bij de school en de ontwikkeling van het kind wordt daardoor vergroot. Van belang is dat de school een open en transparante communicatie voorstaat met de ouders, maar dit ook van de ouders vraagt. Tijdig informeren van ouders over mogelijke ontwikkelingen of zorgen is belangrijk. Maar ook vinden we het gebruik van de ervaringsdeskundigheid van ouders een winstpunt in de oudercommunicatie.
Kwaliteitszorg staat steeds hoog in het vaandel. Zowel door interne als externe audits zullen we ons functioneren bewaken.
Groene Kruisstraat 12
4414 AL Waarde

T 0113-503042
E directie@cbsdenakker.nl